Van energielabel C naar A? Met de juiste aanpak is het mogelijk. Maar hoe verbeter je het energielabel van je woning? Begin bij je energielabelrapport: daarin staat welk label je woning nu heeft en welke gegevens daaraan ten grondslag liggen, van je bouwjaar tot de isolatiewaarden van je muren. Op basis daarvan bepaal je welke maatregelen het meeste opleveren. In dit artikel lees je wat de energielabels betekenen, hoe je je huidige label opzoekt, wat elk onderdeel van je rapport precies inhoudt en hoe je je woning stap voor stap verduurzaamt.

Energielabel A is het zuinigste label dat een woning kan krijgen. Een huis met dit label heeft goede isolatie in muren, dak en vloer, HR++ of triple glas en meestal een warmtepomp voor verwarming en warm water. Je hoeft geen zonnepanelen op je dak te hebben voor energielabel A: de isolatie en de installatie voor verwarming bepalen het grootste deel van de score. Zonnepanelen helpen wel, maar zijn geen verplichte voorwaarde.
Sinds 29 mei 2026 ziet je energielabelrapport er anders uit. De schaal met de labelletters A tot en met G, inclusief de bekende plusjes zoals A+++, blijft bestaan. Wel bevat het rapport nu meer informatie, waaronder een concreet verbeteradvies dat is toegespitst op jouw woning. Nieuw is ook energielabel A0: een aparte topcategorie voor nieuwbouw zonder gasaansluiting die volledig emissievrij is. Heb je al een geldig energielabel? Dan blijft dat gewoon geldig tot de vervaldatum. Pas bij een nieuwe opname krijg je het vernieuwde rapport.
Elk energielabel zegt iets over hoeveel energie je woning nodig heeft voor verwarming, warm water en ventilatie. Hoe lager de letter, hoe zuiniger de woning. De tabel hieronder laat zien wat elk label ongeveer inhoudt.
| Label | Wat het betekent |
|---|---|
| A0 | Emissievrije nieuwbouw: geen gasaansluiting, draait volledig op duurzame stroom |
| A+++ | Zeer goede isolatie, triple glas en een warmtepomp, vaak met zonnepanelen |
| A++ | Zeer goede isolatie en HR++/triple glas, meestal met een warmtepomp |
| A+ | Goede isolatie, HR++ glas en een efficiënte installatie voor verwarming |
| A | Zeer goede isolatie, HR++/triple glas, vaak een warmtepomp |
| B | Goede isolatie en HR++ glas, meestal geen warmtepomp of zonnepanelen |
| C | Redelijke isolatie, dubbel glas, gemiddelde energierekening |
| D | Matige isolatie, deels enkel glas, hogere energiekosten |
| E | Beperkte isolatie, merkbaar warmteverlies via muren en dak |
| F | Weinig isolatie, oudere cv-ketel, hoog energieverbruik |
| G | Nauwelijks isolatie, vaak tochtig en het minst energiezuinig |
Een appartement scoort vaak van nature beter dan een vrijstaand huis. Buren boven, onder of naast je zorgen voor extra isolatie, waardoor je minder snel warmte verliest. Toch is ook bij een appartement winst te behalen: denk aan de cv-installatie, het glas en de ventilatie in je eigen woning.
Voordat je maatregelen plant, is het handig om te weten welk label je woning nu heeft en wanneer dat is vastgesteld. Je vindt het geldende energielabel op twee plekken.
Staat er geen label geregistreerd, of is het label ouder dan tien jaar en dus verlopen? Dan vind je in beide registers geen actuele gegevens. In dat geval heeft je woning een nieuwe opname nodig door een erkend energieadviseur, voordat je precies weet waar je op dit moment staat.

Een energielabel is meer dan alleen een letter. Het rapport dat een erkend energieadviseur na de opname aflevert, onderbouwt de labelklasse met concrete gegevens over je woning en sluit af met een advies op maat.
Onderaan de voorpagina van je rapport staat het kopje 'Over deze woning'. Hier staan drie gegevens die de basis vormen voor de hele berekening.
Deze drie gegevens kun je zelf niet veranderen, maar ze bepalen wel hoeveel winst je kunt behalen: hoe ouder en groter je woning, hoe groter meestal de mogelijke verbetering.
Onder de labelletter op je rapport staat een getal, bijvoorbeeld 195 kWh/m² per jaar. Dit is het berekende primair fossiel energiegebruik: hoeveel fossiele energie je woning per vierkante meter nodig heeft voor verwarming en warm water. Aardgas telt hierin voor honderd procent mee, terwijl stroom uit het stopcontact deels als 'schoner' meetelt, omdat het Nederlandse elektriciteitsnet een mix is van fossiele en duurzame bronnen. Hoe lager dit getal, hoe zuiniger je labelletter. Je verlaagt het met isolatie, die de warmtevraag van je huis verkleint, en met een efficiëntere installatie zoals een warmtepomp, die minder fossiele energie nodig heeft om diezelfde warmte te leveren.
Dit onderdeel laat zien hoeveel broeikasgas je woning uitstoot voor verwarming, koeling, warm water en ventilatie. Het rekenprogramma berekent dit op basis van je aardgas- en stroomverbruik, waarbij voor stroom een landelijk gemiddeld CO2-cijfer wordt gebruikt. Heb je zelf een contract voor 100% groene stroom? Dan telt dat niet mee in deze berekening, omdat het bij jou als bewoner hoort en niet vastzit aan de woning. Je verlaagt de CO2-uitstoot met dezelfde maatregelen als bij fossiel energiegebruik: beter isoleren, kieren dichten, een zuinigere installatie en het opwekken van je eigen stroom met zonnepanelen.
Dit onderdeel geeft aan of er bij jouw woning broeikasgassen uit de schoorsteen of afvoer komen, bijvoorbeeld via een cv-ketel. Het kijkt alleen naar vaste verwarmingsinstallaties, niet naar losse apparaten: koken op gas telt niet mee, en hout of pellets gelden niet als fossiele brandstof voor deze score. Heeft je woning geen gasaansluiting meer en verwarm je bijvoorbeeld met een volledig elektrische warmtepomp of stadsverwarming? Dan scoor je op dit onderdeel perfect, omdat je lokaal geen fossiele brandstoffen meer verbruikt.
Hier zie je hoeveel warmte je woning verliest, vooral in de winter. Een slecht geïsoleerde woning verliest sneller warmte via muren, dak en vloer, waardoor er meer energie nodig is om je huis op temperatuur te houden. Ook je ventilatiesysteem speelt mee: bij ventileren haal je koude buitenlucht naar binnen, die je vervolgens weer moet opwarmen. Je beperkt het warmteverlies met isolatie van de zwakste onderdelen van je woning en met een ventilatiesysteem dat warmte terugwint uit de afgevoerde binnenlucht.
Dit percentage laat zien hoeveel van het totale energiegebruik van je woning uit eigen duurzame bronnen komt, zoals een warmtepomp die warmte uit de lucht of bodem haalt, of zonnepanelen en een zonneboiler. Het gaat hierbij alleen om vaste installaties die aan je woning vastzitten; een groen stroomcontract telt niet mee. Je verhoogt dit percentage door zelf duurzame energie op te wekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen, of door over te stappen op een warmtepomp.
Dit onderdeel schat in hoe groot de kans is dat je woning in de zomer oververhit raakt. Goede isolatie houdt de hitte in de zomer juist buiten, en buitenzonwering zoals screens of rolluiken werkt beter dan zonwering aan de binnenkant. Automatisch gestuurde zonwering scoort het gunstigst. Let op: het rapport houdt geen rekening met schaduw van bomen of gebouwen om je woning heen.
Op de technische pagina's van je rapport staan de exacte isolatiewaarden van je woning: de Rc-waarde voor muren, dak en vloer, en de U-waarde voor glas, kozijnen en deuren.
Beide waarden worden in je rapport vergeleken met vaste streefwaarden. Haal je die streefwaarde bij een onderdeel dat je isoleert? Dan weet je zeker dat dat deel van je woning klaar is voor de toekomst, bijvoorbeeld voor een warmtepomp die op een lagere temperatuur verwarmt.
Naast de isolatie bepalen ook de installaties in je woning een groot deel van je energielabel. Je rapport laat precies zien welke systemen zijn meegerekend en hoe vervanging of onderhoud daarvan bijdraagt aan een beter label.
Goed onderhoud van deze installaties telt ook mee: een goed onderhouden cv-ketel of warmtepomp werkt efficiënter en gaat langer mee, en een verouderd toestel vervangen is vaak een van de eerste adviezen in je rapport.
Op de laatste pagina's van je energielabel staat een overzicht met verbetermogelijkheden, specifiek voor jouw woning. De adviseur voert alle gegevens die hij tijdens de opname heeft verzameld in een rekenprogramma in. Dat programma herkent automatisch welke onderdelen van je huis nog onvoldoende scoren en geeft aan welke maatregelen, zoals vloerisolatie of een nieuwe cv-ketel, voor jouw woning de grootste stap vooruit betekenen. Dit advies is een goed startpunt, al krijg je van een energielabeladviseur die je situatie persoonlijk toelicht meestal ook een indicatie van de kosten en de besparing per maatregel.

Staat in je rapport dat de warmtevraag van je woning hoog is, of scoren meerdere isolatieonderdelen een min? Dan zit de meeste winst vrijwel altijd in isoleren: dat verlaagt het probleem bij de bron en heeft meestal de kortste terugverdientijd. Pas als de warmtevraag laag genoeg is, haalt een nieuwe installatie zoals een warmtepomp er nog extra rendement uit. Kijk daarom eerst naar het adviesoverzicht in je rapport: de onderdelen met de laagste score zijn meestal ook de onderdelen waar je het snelste en goedkoopste resultaat behaalt.
Twijfel je welke maatregel bij jouw woning het meeste oplevert, of wil je een persoonlijke toelichting op het advies uit je rapport? Een energielabeladviseur zet de maatregelen voor je in de juiste volgorde en berekent de verwachte besparing per stap.
Hoe lager je huidige label, hoe groter het aandeel isolatie meestal is in de labelverbetering. Bij een woning met label E, F of G is de warmtevraag vaak zo hoog dat isoleren vrijwel altijd de eerste en meest rendabele stap is, ongeacht welke installatie je uiteindelijk kiest. Pas als dak, muren, vloer en glas beter geïsoleerd zijn, daalt de warmtevraag genoeg om een warmtepomp doelmatig te laten werken.
Weet je niet welk deel van je woning de meeste warmte verliest en waar de investering dus het snelst terugverdiend is? Een energielabeladviseur meet dit per onderdeel van je huis en zet de maatregelen in de juiste volgorde.

De kosten voor het verbeteren van je energielabel verschillen sterk per maatregel en de grootte van je woning. Spouwmuurisolatie is meestal de goedkoopste maatregel met de kortste terugverdientijd, terwijl nieuw glas en een warmtepomp een grotere investering vragen. Gelukkig bestaan er verschillende regelingen die de kosten verlagen.
Combineer je twee of meer maatregelen binnen dezelfde periode, dan valt de subsidie vaak hoger uit dan bij één losse maatregel. Wil je weten welke subsidies voor jouw situatie gelden en welke maatregelen je het beste combineert? Schakel een energielabeladviseur in via Trustoo en ontvang gratis en vrijblijvend offertes van specialisten bij jou in de buurt.
Heb je je woning verduurzaamd? Dan wordt je energielabel niet automatisch aangepast. Je hebt daarvoor een erkend energieadviseur nodig, want alleen zij mogen een officieel energielabelrapport registreren.
Een energielabel is tien jaar geldig. Wil je eerder weten of je nieuwe label al geregistreerd staat? Log in op MijnOverheid.nl, ga naar het kopje Wonen en klik door naar Energielabel. Twijfel je welke adviseur bij jouw woning past? Via Trustoo vind je snel een erkende energielabeladviseur bij jou in de buurt.

Een energielabeladviseur, ook wel EPA-adviseur genoemd, brengt de energieprestatie van je woning in kaart en stelt op basis daarvan een officieel energielabelrapport op. In de praktijk helpt een adviseur op meerdere manieren.
Vraag je je af of jouw huis toe is aan een opname, of wil je advies over de beste volgorde van maatregelen? Vind via Trustoo eenvoudig een ervaren energielabeladviseur en ontvang tot vier offertes, zodat je gemakkelijk vergelijkt.
Een hoger energielabel levert op meerdere vlakken voordeel op.
Wil je weten welke maatregelen voor jouw woning het snelste resultaat opleveren? Vraag via Trustoo vrijblijvend offertes aan bij energielabeladviseurs bij jou in de buurt.
Om je beter en persoonlijker te helpen, analyseren we het websiteverkeer. Hiermee kunnen we content en advertenties personaliseren en functies voor social media bieden. Deze gegevens worden gedeeld met onze partners en zij kunnen dit aanvullen met informatie die je eerder aan ze hebt verstrekt.